dinsdag 29 april 2008

Australië, het land van te groot en te veel

En hier komt al meteen het vervolg van onze geweldige Aussi trip!

Dus zoals ik reeds vermeld heb, hebben we maandag de vlieger richting Cairns gepakt. Cairns is een stad aan de kust in het noorden van Queensland (ongeveer in het noordoosten van Australië). De stad en de omgeven steden zijn de dichtste ingang tot de Great Barrier Reef, ook een wereldnatuurwonder. De rif is de grootste rif ter wereld en is ongeveer 2600 km lang en is te zien vanuit te ruimte. Verder huizen er ook ik-weet -niet-echt-hoeveel vis- planten en andere waterdingessoorten die enkel daar leven. (De film finding nemo geeft alvast een mooie introductie over de rif) Dus reden genoeg om daar naar toe te gaan.

Oké, maandagavond aangekomen, weer een autoke gehuurd, deze keer niet zo'ne grave 4WD, maar een simpel japanees autoke. Voor ons was het toch even ne cultuurshock om in Cairns aan te komen. Na 6 dagen pure rust en weinig volk en dan terecht komen in een mierenhoop van mensen, vraagt toch enige adaptatie. We voelden ons wat onwennig tussen de vele toeristen ook al waren er zelf ene, ma bon. Die avond hebben we de Esplanade van Cairns nog wat verkend.

Dag 2 in Cairns hebben we rustig aangedaan. We wilden de km's van de outback van onze voeten schuddenen dus hebben we wat rondgedoold door de city en een beetje geshopt, easygoing. Ondertussen keken we ook wat uit naar wat we de volgende dagen gingen doen, want een plan hadden we niet echt. En als snel werd duidelijk dat Australië het land van te groot en te veel is. Je kan zoveel zien, zoveel doen, dat je er letterlijk gek van kunt worden. Op elke hoek van't straat stond een toeristisch informatiepunt met meer dan duizend folderkes van wat je allemaal in de Cairns en omstreken kunt doen. Dan staat ge daar dus als ne onnozele te gapen naar de boekskes en dan denkte: ja, wa nu? Met behulp van onze reisboekjes hebben we besloten om die dag nog een namiddag naar Green Island te gaan. Een eiland in het midden van de rif. Dus hop op de ferry en we waren weg. Op zich vond ik het eiland wel iets hebben, zo een groen puntje in het midden van de blauwe oceaan. Maar met een eiland stel je je altijd iets rustig voor, zeker als je weet dat er national park (beschermde natuur) gelegen is. Maar weer waren de toeristen meer dan vertegenwoordigd en was de charme van het eiland wat in de mist gegaan.

Dag 3, na een avond grasduinen in honderd boekskes hadden we onze week een beetje gepland. En dag 3 was de dag van het regenwoud. We zijn met ons japanees autoke richting Kuranda gereden, niet zo ver van Cairns, waar we de skyrail, ne telefrik boven het regenwoud hadden genomen. Het was wel prachtig om zo het regenwoud eens van bovenuit te zien. En daar hebben dan nog wat gewandeld en tralali. Het was zeer rustgevend. En we zaten toch nog steeds met onze aboriginalvragen, dus we zijn die dag ook naar een soort van "funpark" van aboriginals geweest. Daar hebben we onder andere geleerd hoe met speren te werpen en met een boomerang te gooien. En we zijn ook te weten gekomen dat hun cultuur nogal ingewikkeld is, te moeilijk om mee te delen.

De streek waar ze zijn geweest, is bekend vanwege de vele prachtige eilanden. Maar omdat we niet hetzelfde wilden voor hebben als op Green Island, zijn we niet naar eender welk eiland geweest, maar naar Hinchinbrook Island. Het is ongeveer 160 km van Cairns. Het eiland heeft ook beschermde gebieden, maar hier mogen per dag maar een beperkt aantal mensen aanwezig zijn. Dus dag 4, wij naar Hinchingbrook Island. Het was veel belovend want er zat maar 10 man mee op de boot. En het was werkelijk ongelooflijk. De stranden waren echt prachtig, wit, verlaten, ik zat precies op de set van Lost. De paapaa had zelfs een kokosnoot gevonden, maar blijkbaar was ze rot, wat wij als Robinsondummies niet door hadden. We hadden ook een wandeling gedaan door het regenwoud (ik moet nog steeds wennen aan het idee van regenwoud in het midden van de oceaan). Verder zijn we op het eiland ook fameus gefascineerd door zowel het leven in de zee (krabben, kreeftjes, visjes,...), als het leven in het woud (hagedissen, goanna's, vogeltjes). Dus die dag was zeker af.

Volgende dag was mijn topdag, hele dag snorkelen in de Great Barrier Reef! Mannekes ik voelde me als vis in het water (voorspelbaar). Met een lelijk aanspannende pakje (om u te beschermen tegen de kwallen, maar het was echt lelijk) kon ik uren blijven dobberen en gapen. We zijn met een boot meegeweest die helemaal tot in de verste van de outer reef ging (wie de film finding Nemo heeft gezien en zich de scene herinnert dat Nemo wordt uitgedaagd om van de reef weg te zwemmen? wel daar zaten we in de buurt!). Ik heb alle kleuren gezien en ook haaien! Al waren ze niet echt groot. Spijtig genoeg heb ik gene Nemo gezien, wel ene met andere kleuren, ma bon. Ik heb die avond geweldig van mijn viskes gedroomd.

Laatste dag in Cairns, zijn we naar Cape Tribulation een gewees,t ook een gebied regenwoud, een paar km's van Cairns, dat grenst aan het strand. Weer maar eens, gaf dat me een Lostgevoel, geweldig dus. Daar hebben we ook vele wandelingen gedaan, maar vooral gerelaxed. Het verhaal van de plaatsnaam is toch ook een beetje de moeite waard. Tribulation, wat ellende betekent, verwijst naar de miserie die Captain Cook (de zogenaamde "ontdekker" van Australië) had toen hij daar wilde aanmeren. De rif zat namelijk fameus in de weg voor zijne boot.

Het spijtige van heel deze trip is dat je overal bordjes zag staan dat je niet mocht zwemmen want het was een habitatgebied van krokodillen, maar ik heb gene enkele croc gezien... Maaaaar moeste ze nu tegen mij zeggen, vuile Belg, ge moet hier ons schoon land verlaten en terug naar uw vuil land gaan. Ik zou het niet zooo heel erg vinden, want ik heb gezien wak moest zien (uiteraard ben ik hier nog altijd maar al te graag, tis maar hypothetisch).

Voor zover onze trip. Spijtig genoeg geen door-haai-versloden-verhalen, of croc-attacks, geen bijna dood ervaringen met kwallen, we hebben de wilde natuur van Australië feilloos overleeft.
En de foto's komen weldra, want meneer heeft blijkbaar wel zijn kabeltje bij (ge kunt al eens met u ogen rollen).

And remember, no worries

Take care en till next time!

maandag 28 april 2008

After six days in the desert fun

En we zijn terug! Tijd voor de spannendste verhalen op mijn blog tot nu toe, uhuhum... Zoveel te vertellen, geen idee waar ik moet beginnen. Dus voor de vergeetachtigen, ik ben juist terug in Sydney na een trip met paapaa door het Australische land. Het is een 12-daagse trip geworden. En één Australische uitspraak was meer dan vertegenwoordigd tijdens onze reis, namelijk "no worries". De volgende dagen gaan we Sydney en omstreken nog wat verkennen en dan keert de paapaa weer huiswaarts (ma ikke nog ni ze).

Oké, dag 1 hebben de vlieger richting Alice Springs genomen, een "stadje" (hier noemen ze een dorp met 5 straten blijkbaar een stadje) in het midden van Austalië en dus in den outback. Daar hadden we onze ne goeie 4WD (voor de autodummies: een auto met 4 wielaandrijving, het lijkt een beetje op ne jeep) afgehaald en hebben we die dag Alice Springs wat verkent. Op zich was er naar onze normen niet zoveel te zien, tenzij je er voor moest betalen (wildlife centers van ne scheet groot) maar we konden alvast de outbacksfeer wat proeven (dorre, rode grond, aboriginals, de laat maar varen sfeer).

Dag 2 reden we richting onze volgende stop Glen Helen, 130 km verder. Op dieje weg waren een hoop natuurlijke bezienswaardigheden zoals Standley Chasm, Simpson Gap, een aantal Gorges (niet dat jullie dat ook maar iets zegt) waar we uiteraard een stopje deden. Om de fotoliefhebbers te plezieren heb ik ongelooflijk veel foto's getrokken, maar ik ga jullie toch moeten teleurstellen. Tijdens "delete slechte fotos sessies" (dat heb je met digitale cameras) kwam ik tot de vaststelling dat zo'n foto juist niets zegt van wat je in feite hebt gezien. Het maakt van de prachtige omgeving, bergen, rivieren, kreken,... een stoem fotoke, want zo'n fotokes ziet ge genoeg in de boekskes, ma bon. Ik vond het alvast fascinerend om in het midden van een woestijn of alvast in een dorre landschap een kreek te zien die het mogelijk maakt om in het midden van de woestijn een groen, vruchtbaar plekje te laten ontstaan. Verder waren er ook "gaps" (kloof is de vertaling denk ik), waar we rond ook wat op de rotsen hebben geklomen, wat niet echt de bedoeling was en een tikkeltje gevaarlijk, maar de avonturier kwam nu eenmaal in ons boven, plus we hebben een prachtig uitzicht gehad. Daarbij komt dat de paapaa min of meer platte band had (we hadden zoveel gewandeld dat zijn wandelschoen het volledig, maar dan ook volledig had begeven).

's Avonds zijn we dan aangekomen in Glen Helen wat niet meer is dan een verblijf aan weer maar eens een kreek (de Glen Helen Gorge, voorspelbaar. Het is toch tamelijk fascinerend hoe die mensen daar in een verlaten maar dan ook verlaten gat toch leven kunnen brouwen (ze maken daar zelf elektriciteit met generatoren, water wordt er elke dag getransporteerd,...) Het was een gezellig ding om te verblijven en hebben ne ongelooflijke sterrenhemel gezien.

Hupsa volgende dag reden dan weer 300 km verder en hoe hebben gereden. We zijn via de Mereenie loop road gereden, ne weg waar 4WD is aanbevolen en dus gene asfalt te bespeuren is. Geweldig was het. Op deze weg kom je echt op 200 km geen mens tegen, alleen uitgemergeld wild vee en weer maar eens prachtige natuur. Het is toch een landschap waar je niet aan uit kan. Eerst zit je te rijden in een min of meer groen heuvelend landschap (enkele bomen met wat droog gras) waar je mijlenver voor je uit kan kijken en dan mss 10 km verder, zit je te rijden in een geel plat landschap en dan weer rood en plat. Ach ja. De weg waarop we reden was wel altijd rood, zoals de meeste mensen de outback kennen, waar we met onze car een goei grote stofwolk maakte als we voorbij cruisden. Onderweg zijn we nog een krater gaan bezoeken en wat andere natuurbezienswaardigheden, waar jullie weer maar eens geen idee van zullen hebben dus ik bespaar jullie de namen. De eindbestemming was Kings Canyon waar we hebben overnacht.

Dag 4 hebben we een goei wandeling (2,5 uur durende wandeling) gedaan in Kings Canyon, een groot ravijngebied met speciale formaties. Weer maar eens geen woorden voor, ik weet het het begint afgezaagd te worden mijn fascinaties, maar ook hier kan ik in de Australische natuur niet vatten. Ik denk dat ik geologie ga studeren... Soit. Fysiek was het ook een tamelijk beproeving want je moest een 100 m steeks omhoog klauteren, maar als avonturiers konden we dat nog goed aan (zeker tegenover die andere koek, to be continued), zelfs met gewone vrijetijdssloefkes. Na het gewandel en "gewhaaw" zijn we weer vertrokken voor een 300 km lange tocht in de 4WD, richting de one and only Uluru, de wereldsgrootste monoliet! (heb ik me laten wijsmaken). Eens aangekomen, hebben we genoten van een prachtige zonsondergang, was zeker de moeite waard.

De dag erna hebben dan de tocht gedaan rond de Uluru, een tocht van 9 km (jaja we hebben wa km's afgewandeld). En daar kregen we (voor de laatste keer) weer maar steeds vragen over hoe dat zo'n ding in het midden van een vlakte is ontstaan en blabla, maar we kregen ook heel veel vragen over het aboriginal leven. Zo stonden er veel plakaatjes van do not enter, do not photographe, this is a spiritual place. Waarom de ene plek op de Uluru speciaal was en de andere niet, alleen ne aboriginal zal het weten (en de rondleidende gidsen,...) ma bon. Dan zijn we ook een bezoekje gaan geven aan het Aboriginal Culture Centre, maar daar zijn onze vragen niet echt beantwoord, we kregen er zelfs nog meer vragen. En ne digiridoo is schandalig duur (naar mijn normen). Hup terug in de auto en we reden richting de Olgas, zo wat het zusje of het broertje van de Uluru. Het is ook een gesteente dat plots uit het landschap schiet, het ziet er alleen wat anders uit en is ook iets groter. We zijn de dag geëindigd met een "scenic flight" (dus vliegen met een klein vliegtuigske) boven de Uluru en de Olgas. Ik moet toegeven, het was ook moeite waard, want zo ziet het landschap er een pak anders uit dan dat je het vanop de grond ziet.

Maandag, onze laatste dag in de outback, want in de namiddag vertrokken we richting het meer tropische Cairns (in het Noorden van Queensland aan de kust). Voor we vertrokken hebben we nog een "klein effortje" gedaan en hebben we de Uluru beklomen. Iets was niet zo respectvol is tegenover de aboriginals, want ze vragen het niet te doen, maar als je de horde toeristen zag die het wel deden, kon je het niet weerstaan om de monoliet te beklimmen. Naïef als ik ben, dacht ik, dat de beklimming maar een half uurtje in beslag ging nemen, het begin zal wel wat zwaar zijn, maar het zal niet veel zwaarder zijn dan in Kings Canyon. Man wat was ik onbevangen. Ik starte mijn beklimming met de motivatie een prachtig zicht te hebben boven, wanneer ik 50m verder was, was mijn motivatie gewoon de top bereiken. Het was echt doodgaan. Het is steek maar dan ook steek omhoog, geen trap of niets, enkel een wankelig relingske om u vast te houden. En het steekse bleef maar duren, 350 m steeks omhoog is toch langer dan ik dacht. Maar we zijn er geraakt. En toegegeven, het zicht deed me niet zoveel meer, maar het was toch mooi.

Voor zover mijn outback avontuur. Ik zal nog even resumeren. Het is ongelooflijk leuk om op vakantie te gaan waar geen kat is, waar ongelooflijke natuur is. Ik ga nog veel moeten opzoeken op Wikipedia over de geologie hier en de aboriginal curltuur. Ik heb kangoeroes (vooral dode langs de weg), walibies, dingo's, reptielen, arends, wilde koeien, wilde paarden, kamelen, grappige insecten gezien. Dus ge gaat mij niet meer horen klagen over het feit dat ik nog geen Australisch dier heb gezien. Off road driving met ne 4WD is ook heel leuk. En we hebben ongelooflijk veel gewandeld.

Het verslag van Cairns zal voor een volgend bericht zijn. Ik zal het niet te vermoeiend maken voor jullie (en voor mezelf). En de foto's, wel daar is nog een klein technisch probleem mee, want de paapaa is de kabel vergeten... dus ik kan ze niet op mijn computer zetten.

No worries mate!

See you soon

dinsdag 8 april 2008

Great Aussi Slang

Hellow sheilahs and blokes!

Het is weer eens rapportagetijd. Eerst wil ik mij al even excuseren voor diegene die enkel geïnteresseerd zijn in foto’s. Ik ga jullie een tijdje moeten teleurstellen, want mijn fototoestel is zo een beetje onder het stof geraakt. Met andere woorden, ik heb mijne kodak de laatste weken, niet meer gebruikt. Waarom? Simpelweg vergeten, en ook, ik heb nog steeds een fotoketrekafkeer… Maar op een dag zal ik jullie verrassen, beloofd!

En het slechte weer is weer gearriveerd. Ik ben de Australische temperaturen gewoon, dus tegenwoordig bevries ik al vanaf 15 graden… De regen maakt het er allemaal niet beter op maar bon. Ach volgende week zit ik in het hart van Australië te puffen onder de zon en 31°, dus voor mij gene stress. Verder voor de geïnteresseerde, jullie zijn overgeschakeld naar zomeruur, wij hebben “daylight saving” stopgezet, gevolg het uurverschil tussen België en Australië is nog maar +8 uur, ipv +10uur, vreemd genoeg.

Anyway, vorige keer stond “natuur” centraal, deze keer stond “gastronomie” de voorbije weken centraal. Mannekes mannekes, ik ben meer ne aziaat geworden dan ne Australiër, hoewel. Sushi, Indisch, echte Chinees (niet zoals de meeneemchinees da wij kennen), ik heb het allemaal gegeten, btw Koreaans heb ik hier ook een paar paar weken terug geproefd. Twee dingen zijn zeker, met stokskes eten is niet gemakkelijk en Aziaten houden van pikant pikant, chili à volonté! En tot mijn grote verbazing heb ik het “spicy food” leren eten en ergens begin ik het nog lekker te vinden ook! Maar het is nog niet zo ver gekomen dat ik mijn rug keer tegen het Belgische culinaire.

Het is wel zo, dat ne echte Australiër (heb ik me weer laten wijsmaken) wel degelijk veel Aziatisch eet, dus ik ben nog steeds goed op weg om een goede Australiër te worden. En dan is er nog iets anders dat ik heb gegeten, tot grote afschuw van mijn flatgenoot, btw niet voor gevoelige lezers. Wel, ik was in de grote winkel inkopen aan het doen (en niet verloren aan het lopen) en baf daar in de koelafdeling zag ik kangoeroevlees liggen. Dus ik dacht, wel stel dat ik in de volgende maanden toch maar gene kangoeroe te zien krijg, dan moet ik op z’n minst toch ene gegeten hebben . En voilà, ik had mezelf kangoeroe klaargemaakt, en het was damn good tot nog grotere walging van mijn flatgenoot (en waarschijnlijk andere)…

Verder ben ik weer naar de Central Coast geweest, daar heb ik een prachtig beach gezien. Daar zijn de stranden al ongelooflijk en dan moeten dat dat nog niet eens de mooiste stranden van Australië zijn, ma soit. Ik ben ook in Chatswood geweest, een stadje nabij Sydney en too big en crowded for me. Daar heb ik de sushi gegeten, btw een sushibar is echt grappig, zo met een ronddraaiend ding waar ge gewoon uw eten kunt afpakken. Rightow.

Anyhow, ik ga jullie niet meer lastigvallen met culinaire verhalen. Volgende keer zal het misschien wat spannender zijn. Ik ga in ieder geval lange tijd offline zijn, want over wel geteld 8 dagen ben ik foetsie, uluru, kings canyon, MacDonnel National Park, nice weather en hopelijk kangoeroe's en krokodillen, here I come and voor 2 dikke weken! Bonzer!

Cheerio!

PS Ik leer jullie alvast een beetje Aussi slang zodat jullie mij kunnen verstaan als ik terug kom:

Mond: a cake hole
Tanden: choppers
Hond: a dish licker
Man: a bloke
Vrouw: a sheila
W.C: a dunny
Bikini: a cossie
Willy nilly: doet er nie toe, zo en zo, whatever
Sigaret: a fag
Kilometer: a K
het koud hebben: freezing your tits off (voor de vrouwen, voor de mannen weet ik het niet, maar je kan zelf wel iets verzinnen,...)